Over Mariëlle

Op zoek naar het ritme

Over Woeker, schrijven en het zoeken naar vorm

Mariëlle Boukens (1979) is schrijver, redacteur en schrijfcoach. In 2024 verscheen haar debuutroman Woeker, een psychologische roman over rouw, ontwrichting en wat er gebeurt wanneer grip verdwijnt. Daarnaast publiceert zij korte verhalen en begeleidt zij schrijvers bij het ontwikkelen en aanscherpen van hun werk.

In haar schrijven staat vorm centraal: het ritme van een zin, de ruimte tussen woorden, de spanning van wat niet wordt uitgesproken. Hieronder schrijft zij over het ontstaan van Woeker en haar manier van werken.

Mijn ex-man heeft Woeker waarschijnlijk nog niet gelezen. En als hij dat wel doet, zal hij er niet blij mee zijn. Hij zal denken dat ik onze ellende uitbuit, dat ik publiciteit zoek over de rug van onze dode zoon. Dat accepteer ik. Voor mij moest dit verhaal er eerst zijn, voordat ik weer over andere dingen kon schrijven.

Net als in de roman hield mijn huwelijk geen stand. De ziekte van ons kind legde een voortdurende dreiging over alles. We kropen in onze schulp en zochten ieder op onze eigen manier naar houvast. In Woeker heb ik dat uitvergroot: de ik-figuur drinkt, belandt in een affaire. Haar man verliest langzaam grip op de werkelijkheid.

Toen mijn zoon zestien maanden oud was, werd bij hem een hersentumor ontdekt. De behandeling sloeg aan. We probeerden verder te leven, zo goed en kwaad als het ging. Toen hij vijf was, keerde de tumor terug. Hij werd net geen acht jaar.

In die jaren voelde ik me gevangen. Je kunt niet weg. Niet vooruit. Alles staat stil.

Woeker is geen verslag, maar een roman. Ik put uit herinneringen, maar dramatiseer gevoelens en situaties om de beklemming voelbaar te maken. Die totale radeloosheid. De bijna gekte waarin je terechtkomt als je kind ernstig ziek is – en waar je niet uitkomt. Je hebt het er dag in, dag uit mee te doen.

Naast het verdriet was er iets dat ik later herkende als levende rouw: rouwen om een toekomst die langzaam verdwijnt. Om alles wat niet meer vanzelfsprekend is. Dat besef sijpelt door alles heen, ook als je probeert door te gaan.

De tekst van Woeker is sec. Registrerend. Het is de stem van iemand die dissocieert, haar gevoel uitzet om te kunnen functioneren. Wat overblijft is iemand die waarneemt. Juist in wat niet wordt gezegd, zit voor mij de spanning. De dreiging schuilt in het weglaten.

Die toon vond ik niet meteen. In een minibibliotheek vond ik Brief aan een nooit geboren kind van Oriana Fallaci. Dat boek droeg ik altijd bij me. Haar monoloog, gericht aan het ongeboren kind, voelde volstrekt noodzakelijk. Ik probeerde iets soortgelijks, maar de stem bleef te vlak. Pas toen ik afstand nam, ontstond er ruimte voor het verhaal.

Wanneer het schrijven stokte, werkte ik aan korte verhalen met mannelijke hoofdpersonages. Dat was bevrijdend. Het dwong me anders te kijken. Ik ben gefascineerd door mensen die het gevoel hebben dat het leven hen overkomt. Door lijdzaamheid. Door het moment waarop je niets meer stuurt, alleen nog ondergaat.

Ik werk nu aan een nieuwe psychologische roman. Mijn stijl wordt soms rauw of ‘mannelijk’ genoemd. Ik geloof niet zo in labels. Voor mij is de manier waarop een verhaal verteld wordt even belangrijk als wat er verteld wordt. Ik schuif met woorden, met komma’s. Alles draait om ritme, om cadans.

Ik voel me verwant met schrijvers die niets laten staan wat niet nodig is, bij wie de dreiging al vanaf de eerste pagina voelbaar is.

Hoe mooi zou het zijn om ergens tussen die stemmen te mogen staan. Ik werk er hard voor.

Wat is jouw verhaal?

Mijn eigen verhaal vormde uiteindelijk de basis voor Woeker. Het was mijn manier om pijn om te vormen tot taal, en een persoonlijk verhaal te laten uitgroeien tot literatuur.

Ik werk met schrijvers die hun persoonlijke, levens- of familieverhaal willen vormgeven – met aandacht, eerlijkheid en gevoel. Door woorden te geven aan wat is meegedragen, ontstaat ruimte: in de tekst en daarbuiten.

Mijn begeleiding bevindt zich op de grens van schrijven en leven. Soms vraagt een tekst om techniek of structuur, soms om vertraging. Ik lees mee, denk mee, stel vragen en help zoeken naar ritme en richting.

Dat kan in een traject, of in losse sessies wanneer je al onderweg bent. Samen werken we toe naar een eerste, stevige versie van je manuscript.